Back to overview

Reis terug in de geschiedenis

Contributed by Toine Van Teeffelen on 19.01.2016:

Toine van Teeffelen

Bethlehem

19 januari 2016

Deze zondag maken we een uitstapje naar de Soreq-grotten dichtbij een wadi niet ver van (West-)Jeruzalem. Geen problemen met vergunningen. Tamer heeft een Kerstvergunning en Mary is boven de vijftig en wordt daarom het hele jaar door niet meer als gevaarlijk beschouwd. Ofschoon je nooit zeker weet hoe de regels op het checkpoint zelf worden toegepast.

Wanneer we het checkpoint naderen instrueert de taxichauffeur me om met de telefoon te spelen en onverschilligheid te veinzen. Hou nooit je paspoort in je hand want dan zullen de soldaten het zeker checken. Het is ook handig om net als de Israeli’s niet compleet stil te staan bij de checkpoint. Blijf zachtjes doorrijden. Later suggereert hij ons geen Arabisch te spreken en niet over politiek te praten, ook niet in het Engels.

Ondertussen horen we van hem allerlei verhalen over het huidige en vroegere leven in het gebied. Na het bezoek aan de Soreq grot, met kleurrijke stalactieten en stalagmieten, nodigt hij ons uit het uitstapje op te rekken en ook het gebied van Beit Guvrin en Tel Maresha te bezoeken, ten zuiden van Beit Shemesh. Het is van daar dat de vluchtelingen uit ‘Azza kamp, onze buren in Bethlehem, komen. We zijn daar nooit eerder geweest. Dus zijn we geinteresseerd.

De chauffeur wijst naar de restanten van de oude huizen van het Arabische Beit Jibrin (het ‘Azza kamp wordt soms Beit Jibrin kamp genoemd omdat alle inwoners oorspronkelijk uit dat dorp kwamen). De archeologische opgravingen zijn interessant, soms spectaculair. Er zijn honderden diepe grotten in het gebied, vanwege de aard van de bodem, en vanwege de vele steengroeven. Sinds eeuwenher zijn ze gebruikt voor allerlei doeleinden, voor bewoning, als opslag- en begraafplaatsen, en ook voor duiventeelt.

Sinds kort is de locatie erkend als een World Heritage Site. In het foldermateriaal wordt het voormalige Arabische dorp nauwelijks genoemd. Wat er precies in 1948 gebeurde of wat het leven van de vluchtelingen en hun nazaten behelst natuurlijk geen woord. We horen een luide explosie in de verte. “Gaza,” zegt de chauffeur.

De chauffeur, die vroeger een geschiedenis- en aardrijkskundedocent was, rijdt ons rond. “Hier is het huis van de mukhtar [dorpshoofd], die met de Israeli’s collaboreerde. Om die reden werd in 1948 zijn huis gespaard, net als dat van veel andere mukhtars toendertijd.”

We zien dat Beit Jibrin zich over vele, vele kilometers vruchtbaar land uitstrekte, een beetje heuvelachtig. Met goed zicht kun je zelfs vanaf de betrekkelijk lage heuvels de zee zien. Er is volop natuur, we zien gazellen, adelaars, zelfs een wolf. Voor 1948 werd op deze velden graan en gerst verbouwd. Overal kon je kruidenplantjes plukken, zoals za’ater [tijm] en miramiyyeh [mint]. “Doe het nu niet, althans niet langs de weg, want je krijgt een fikse boete.”

Oude Palestijnse vluchtelingen verhalen van een verloren paradijs wanneer ze over vroeger vertellen. “Paradijs?” zegt de chauffeur, “je kunt van deze velden het hele Midden-Oosten van chubeze voorzien [een kruid dat typisch is voor de Oost-Mediterrane regio]”.

De meeste Palestijnse boeren in het gebied moesten dus toen ‘rijk’ zijn geweest, in meerdere opzichten. Vergelijk dat eens met hun nazaten in ‘Azza en Aida kamp in het huidige Bethlehem. Vorige week werd een jongen wiens familie afkomstig is uit een van die oude dorpen bij Beit Guvrin, gedood door het Israelisch leger in een demonstratie niet ver van ons huis, bij Baab al-Zqaaq [het kruispunt naar Beit Jala].

De chauffeur-docent heeft zich verzoend met de nieuwe realiteit en heeft zelfs vrienden onder de Israelische grootboeren in het gebied. Vroeger trokken deze voor het werk Palestijnse arbeiders uit de West Bank aan, met of zonder vergunning.

Een van zijn Israelische vrienden heeft een bloemenbedrijf. We bezoeken hem. De arbeiders, nu uit Thailand, schijnen geen andere taal dan Thais te spreken. Ik word gevraagd om een volgende keer een speciale bloemenschaar uit Nederland mee te brengen, een land waar hij ook naar exporteert.

We mogen zakken vol mandarijnen en citroenen in zijn tuin plukken en ontvangen een vijf-kleuren-boeket bloemen, voor niets. Volgepakt met khubeze en andere kruiden gaan we naar huis. Eten voor een week. “Droevig,” zegt Mary, “gestolen land en gestolen produkten.”

There are no comments. Add one!