Back to overview

Magie

Contributed by Toine Van Teeffelen on 10.07.2011:

Betlehem Blog

10 juli 2011

Tamer zei laatst dat hij Ben Ten wilde zijn, een kinderheld met magische krachten. Hij zou heel Palestina in bezit nemen en de vloer aanvegen met de Israeli’s. Op de computerspelletjes en play station kan hij niet tegen zijn verlies, vooral niet bij de worstelpartijen – de masaara’ – die hier onder kinderen nu mode zijn. Ik zeg dat hij niet langer dan een half uur mag gamen want het wordt een beetje te gek, dat door de lucht gooien van die vleesmassa’s.

Jara kijkt met een oog ook mee. Ze droomde een paar dagen geleden dat zij het huis van tete, oma, verdedigde tegen een onverwachte dief. Dat lukte omdat ze extra spierballen had, a la Pipi Lankous. Vroeger was ze gefascineerd door sprookjes waarin indringers toegang probeerden te krijgen tot het huis, zoals de Wolf en de Zeven Geitjes. Dat was in de tijd van de uitgaansverboden en huiszoekingen, in 2002, toen ze een jaar of vier was. Maar nu is ze teenager en schalt de luide, assertieve stem van lady Gaga uit haar kamer.

Wat doe je met je woede and angsten? Het tekort aan water is nu de voornaamste bron van zorg en boosheid in onze familie. Voor toilet en douche gaan we naar een buur twee straten verder die toevallig op dit moment in Jordanie verblijft. Deze zondagochtend lopen we in een hitte van 35 graden met teilen vol vuile afwaskopjes en pannetjes naar het huis met het kostbare water. “Als buitenlanders het horen, dan kunnen ze niet geloven wat er hier gebeurt,” zegt Mary’s zus Rita uit Parijs, die op bezoek is en nog niet is gewend zo’n bliksemsnelle douche te nemen als hier nodig is. We weten niet hoeveel water er bij de buren in de containers op het dak zit. Rita voegt eraan toe dat de lokale autoriteiten wel meer hun best mogen doen om in ieder geval aan te geven op welke dagen in de verschillende buurten het water wordt opgespoten. Een rooster om beter om te kunnen gaan met de schaarste. En dat, zegt Mary’s oom Jamal, terwijl er enorme, natuurlijk door Israel gecontroleerde aquiferen onder Abediyyeh zijn, ten noord-oosten van Betlehem.

Mary moppert: “En jij maar zeggen dat de mensen hier moeten blijven.” Bij tekort aan water is zij nog meer uit haar humeur dan bij al de reisproblemen, want je krijgt immers extra problemen met hygiene, voedselbereiding en ongedierte – de zomerse niml, de mieren, zijn er al. We kunnen ook al die mooie plantjes op het balkon geen water geven. “Opgesloten zonder water,” is haar korte konklusie.

Het probleem met woede hier is dat je geen uitlaatkleppen hebt. De Israeli’s zitten hoger, in wachttorens, boven de Muur, in hun betraliede settlements op heuveltoppen, of achter dik glas bij de terminal op weg naar Jeruzalem. Je zou ze wel eens even willen toespreken, op ze minst. Hoeveel jongeren hebben zoals Tamer wel eens niet gedroomd een duel met de Israeli’s aan te gaan, zoiets als de masaara’, liefst geholpen door een stukje vechtmagie?

Maar de Israeli’s hebben de wapens en de blokkades en bovendien kunnen zij ook nog het directe treffen “outsourcen” – het werk laten opknappen door de Grieken, zoals bij de Gaza flotilla, of door de luchthaven politie in Parijs, zoals bij de “fly-in” (“flytilla”) van activisten die Palestina de afgelopen dagen wilden binnenkomen via Tel Aviv. Wat je kan is met je vuisten tegen de Muur bonken.

“De Israeli’s doen toch wat ze willen, en de wereld kijkt ernaar of doet gewoon mee.” Deze en soortgelijke zinnen worden letterlijk honderden keren in onze familie uitgesproken, net als in andere Betlehemse families. Misschien is het dit pessimisme dat je beschermt tegen desillusies. Toch brengen de wandelingen van Palestijnse vluchtelingen in Syrie en Libanon over de grenzen, en ook de flotilla en de flytilla, het Palestijnse verhaal van ontrechting en de pogingen om die rechten te herstellen, weer over het voetlicht. Dat is hoop.

Maar er is ook een andere bron van hoop, de hoop die voortkomt uit culturele eigenwaarde. Die eigenwaarde kent onverwachte impulsen. Ik merkte het gisteren. Rita vertelde over de bekende fashion modeontwerper Christian Lacroix uit Parijs, die Betlehemse en Palestijnse borduurpatronen in zijn ontwerpen meeneemt. Betlehem en Palestina staan bekend om hun buitengewoon mooie borduurpratronen. Magisch mooi, met warme kleur- en natuurmotieven. In Betlehem werkten de vrouwen vroeger minder op het land dan elders in Palestina en hadden zo meer tijd om te borduren. Ja, Bethlehem had wel iets bourgeois over zich en dat heeft het nog steeds. Soms is het behoud van je culturele trots of waardigheid het beste medicijn wanneer je je woede niet echt kunt uiten.

There are no comments. Add one!