Back to overview

Eerste Communie op Nakba Dag

Contributed by Toine Van Teeffelen on 17.05.2011:

Toine van Teeffelen

Het was afgeloepn zondag een vreemd mengsel van festiviteit en Nakba Dag – de herdenking van de verdrijving en vlucht van Palestijnen in 1948 toen de staat Israel werd gevestigd. Festiviteit: Tamer had zijn eerste communie in de Geboortekerk. Mary en ik herinneren ons nog hoe de belangrijkste gebeurtenissen in zijn jonge leven vervlochten zijn met de politiek. Hij werd in de lente van 2002 geboren, een paar dagen voor de Israelische inval in Betlehem toen militanten hun toevlucht zochten in de Geboortekerk and de stad een strikt uitgaansverbod opgelegd kreeg. Hij werd gedoopt op 1 januari 2003 op een dag dat het ons niet duidelijk was of er al dan niet een uitgaansverbod was. (Ik herinner me nog in het gezelschap van een Israelische tank over een lege straat te lopen om de taart naar de receptieruimte te brengen). En nu valt zijn eerste communie op de Nakba Dag, waarop alom wordt gespeculeerd dat dit misschien het startsein is van een derde Intifada. Mary, droogjes: “Misschien is dit allemaal om ons vooral niet zijn belangrijkste dagen te vergeten.”

Tamer weet van dit alles niets af. Hij was vooral bezorgd of bij de eerste communie de wijn wel zou smaken. Toen hij de kerk binnenkwam had hij een vrolijke lach om zijn mond. Mary had hem tevoren verteld niet zenuwachtig te zijn met alle camera’s in de buurt. The 92 jongens en meisjes, allen in wit, met de meisjes bloemenkroontjes op als kleine engeltjes, vulden een goed deel van de kerk. De ouders en de anderen zaten eromheen, ter aanmoediging. Een tafel voorin de kerk werd gevuld met symbolen van het dagelijks leven: een voetbal, die Tamer bracht, een gitaar, brood, bloemen, een kussen, boeken. Ja, het dagelijks leven draait ook onder de meest buitengewone omstandigheden door. De priester wandelde op en neer tussen de kinderen en stelde hun allerlei vragen, zoals: “Wat zou je doen wanneer je ouders zondagochtend aan het uitslapen zijn?” The ouders lachten. “Bravo ‘aleik (bravo voor jou), zei de priester goedkeurend, na het juiste antwoord.

Dan het grote moment. Alle ouders probeerden foto’s te maken. Formeel mocht dat niet want er waren professionele cameramensen en een fotograaf ingehuurd om het moment onvergetelijk te maken. Het leek wel alsof een goal gescoord werd, dacht ik. De engelen juichten. Aan het eind van de mis, verwachtte Mary applaus dat niet kwam. Nadat alle familiekiekjes in het voorhof van de Catherinekerk waren genomen, speelden Jara en Tamer – de laatste in lange witte pij en met een groot houten kruis dansend op zijn borst – tussen de vele geparkeerde auto’s.

Op de weg terug las Tamer zinnen op grote advertentieplakkaten langs de weg. “Geen Vrede Zonder Terugkeer.” “Wat is terugkeer?” vroeg hij, maar al spoedig vergat hij de politiek want zijn aandacht werd volledig in beslag genomen door het Superman speeltje dat zijn eerste cadeautje was. In de loop van de dag was het geluid van demonstraties en ambulances hoorbaar. Toen de TV het niet goed deed, merkte Mary op dat de Israeli’s wel in Betlehem zouden zijn, omdat het wel vaker gebeurt dat hun radioapparatuur interfereert met de TV ontvangst.

Ondertussen lazen we op de Internet hoe het Israelisch leger in koelen bloede vluchtelingen doodde en verwondde die probeerden uit Libanon, Syrie en Gaza terug te keren naar wat eens hun vaderland was. “Haraam,” hoe droevig, zei Mary een paar maal zuchtend.

In de namiddag, op een feestje dat speciaal voor Tamer was georganiseerd – hij vouwde zijn handen vroom voor een grote taart, ter gelegenheid van weer een foto – praatte ik met een neef van Mary over de politieke situatie. We waren het erover eens dat in het verleden Israel wist wat het deed en ook een strategie had, terwijl de Palestijnen hun rechten kenden, maar geen praktische manier wisten om die te verwezenlijken. Nu lijkt de situatie welhaast omgekeerd: De Palestijnen weten wat ze willen en hebben passende strategieen (boycot campagne, aankondiging van een Palestijnse staat in de grenzen van 1967, wandelingen naar de checkpoints, grenzen en nederzettingen, verzoening tussen Fatah en Hamas) terwijl Israel probeert een onhanteerbare status quo te verlengen en in de greep lijkt van lobbies van kolonisten en orthodox religieuze nationalisten. Maar de neef waarschuwde ook dat elke strategie aan Palestijnse kant veel leiding en coordinatie vereist voordat er een kans op sukses is.

De dag tevoren was ik betrokken bij een activiteit voor de Wereldweek voor Vrede in Palestina Israel waartoe elk jaar door de Wereldraad van Kerken wordt opgeroepen. We hadden het plan een korte film te maken over Palestijse jongeren die niet in staat zijn om naar Jeruzalem te gaan. Tevoren had een jongere een deur op de Muur getekend. Een soldaat vroeg hem hoog vanuit een militaire wachttoren wat hij aan het doen was. De jongen werd verteld om langzaam naar de Muur te lopen zodat hij kon worden gefilmd. Zijn vader vertelde me wat de volgende stappen konden zijn: collaborateurs die proberen “informatie” over hem in te winnen, dan een uitnodiging om naar Etzion te gaan – het regionale militaire hoofdkwartier, waar “verdachte” Palestijnen worden ondervraagd. Mogelijke straf: op een zwarte lkijst komen zodat het krijgen van reisvergunningen zo goed als onmogelijk wordt, of – wanneer je kwetsbaar bent – onder druk te worden gezet zelf collaborateur te worden. Zo wordt angst in de harten van mensen geplant. Ondertussen gaven enkele jongeren, waaronder Jara, interviews aan de filmcrew over de plaatsen die ze in Jeruzalem graag wilden bezoeken – Jara vertelde wijselijk maar niet dat ze ook graag naar de Jeruzalemse mall wilde – alsmede wat ze afwist van de Nakba.

Het laatste nieuws is dat Mazin Qumsieh, de meest bekende activist in het Betlehem gebied, een paar dagen vastzat met enkele andere lokale en internationale activisten in het gevangenenkamp bij het Graf van Rachel. Mazin schrijft veel voor sociale media maar is ook docent op de Universiteit van Betlehem, en voormalig docent op de Yale University in de VS, en ook auteur van boeken op zijn vakgebied, bijvoorbeeld “Zoogdieren van Palestina”, en boeken over mensenrechten en geweldloos verzet waaronder het recente “Volksverzet in Palestina.” Inmiddels is hij weer vrij. Ik heb te doen met de soldaten die hem ondervroegen. Zij werden ongetwijfeld geconfronteerd met een encyclopedische kennis over recht, geschiedenis en politiek en de zekerheid dat wat ze ook zouden zeggen, later in schilderachtig detail de wereld zou worden rondgezonden.

17 mei 2011

There are no comments. Add one!